backstage
Olympische wintersporten
Wist je dat er op de Olympische Winterspelen in Vancouver wel vijftien verschillende sporten worden beoefend?
Wat dacht je van de Noordse combinatie of skeleton... Hieronder zie je een overzicht van de vijftien verschillende sporten tijdens de Spelen.
Alpineskiën
Alpineskiën werd voor het eerst gedaan in de Alpen. Oostenrijk heeft de meeste olympische medailles behaald in de verschillende disciplines. Dat zijn er vijf: afdaling (zo snel mogelijk naar beneden, een onderdeel waarbij veel kracht nodig is), slalom (zigzaggen tussen enkele tientallen blauwe en rode poortjes), reuzenslalom (langer dan de slalom, en de poortjes staan verder uit elkaar), super-G (een reuzenreuzen-slalom met minder poortjes en dus een hogere snelheid) en de combinatie (de prestaties op slalom en afdaling worden opgeteld om de beste allrounder te bepalen).
Biatlon
De sport biatlon is uitgevonden als oefening voor Noorse soldaten. Het is een combinatie van langlaufen en schieten. De vijf schijfjes op de schietbaan staan vijftig meter van de schutter. Elke schijf die niet geraakt wordt, levert een tijdstraf op of een strafronde van 150 meter langlaufen. Duitsers, Russen en Noren zijn goed in deze sport.
Freestyleskiën
Freestyleskiën werd pas in 1992 een Olympische sport. De Winterspelen kennen twee disciplines: moguls en aerials. Bij de moguls skiet de deelnemer over een helling vol hobbels, de buckel- of pukkelpiste. De afstand moet zo snel mogelijk worden afgelegd. Onderweg bevinden zich twee schansjes, waarop de deelnemer acrobatische sprongen moet laten zien. Die worden door een jury beoordeeld. De eindtijd en de sprongen zorgen samen voor een score. Bij de aerials gaat het puur om de sprongen: het is een soort schoonspringen op lange latten.
Kunstrijden
Je hebt het vast weleens gezien: mooi geklede mannen en vrouwen laten een jury zien wat ze kunnen op het ijs. De wedstrijden bestaan uit een korte kür van 2 minuten en 40 seconden met vastgestelde sprongen, pirouetten en passencombinaties, en een vrije kür van vier minuten. Bij ijsdansen ontbreken de sprongen.
Langlaufen
Langlaufen kun je op twee manieren doen: klassieke stijl en vrije stijl. Bij de klassieke stijl moet je je ski’s altijd parallel naast elkaar houden. Bij de vrije stijl mag je je ski's ook in de V-vorm houden. De sport heeft verschillende afstanden, van de 50 kilometer (mannen) tot de 1,5 kilometer sprint. Dit laatste is dus heel kort langlaufen. Een nieuw onderdeel is de achtervolging, waarbij eerst in de klassieke en vervolgens in de vrije stijl wordt gestart. Tussendoor wordt er snel van stokken en ski’s gewisseld.
Noordse combinatie
Wat bij de Zomerspelen de tienkamp is, is bij de Winterspelen de Noordse combinatie. Deze bestaat uit de onderdelen schansspringen en langlaufen. Eerst gaan de sporters schansspringen. De winnaar krijgt een voorsprong bij het langlaufen. Wie het eerst over de finish komt, wint. De Noordse combinatie is een van de oudste sporten op de Winterspelen: in 1924 stond deze sport al op het programma.
Bobsleeën
Het lijkt net een onderdeel van ‘Te land, ter zee en in de lucht’: ‘Blij dat ik glij’. Maar vergis je niet: bobsleeën is een moeilijke sport. Bij de start moeten de twee (of vier) bobsleeërs een zware slee (bij de viermansbob 630 kilo) zo snel mogelijk vooruit duwen. Daarna moet de stuurman met twee stuurtouwtjes zijn aerodynamische bob door een bochtig ijsparcours sturen. Ze halen wel snelheden van 130 kilometer per uur! Zwitsers, Duitsers en Russen zijn het best in deze wintersport.
Rodelen
Aan de allereerste rodelwedstrijd in 1883 deed een Nederlander mee. Rodelen doe je op een slee, op je rug, met je voeten naar voren. Een wedstrijd bestaat uit vier runs (afdalingen) waarvan de tijden opgeteld worden. In de wereldbeker maakte de Italiaan Armin ‘De kannibaal’ Zöggeler veel indruk. Hij won ook al tweemaal olympisch goud.
Schaatsen
Schaatsen doe je zo hard mogelijk op een baan van 400 meter. Je maakt rondjes die samen een afstand maken van 500, 1.000, 1.500, 3.000, 5.000 of 10.000 meter. Dit is de sport waar Nederland veel medailles mee wint. Vier jaar geleden waren dat er negen (drie goud, twee zilver en vier brons). Sinds 2006 is er ook de ploegenachtervolging. Drie schaatsers van één land rijden samen acht of zes rondjes.
Curling
Bij curling wordt een twintig kilo zware granieten schijf naar een dartbordachtig doel geschoven. Twee vegers met dure bezems vegen voor de schijf uit, om zo de richting van het glijden te sturen. Canada is al heel lang favoriet bij deze sport en telt de helft van alle curlers ter wereld!
Schansspringen
Deze sport wordt in Vancouver alleen door mannen beoefend. Een voorstel om ook een vrouwenwedstrijd te organiseren, haalde het niet. Bij het schansspringen gaat het erom zo ver en mooi mogelijk van een schans te springen. Een jury bepaalt hoe mooi er gesprongen en geland is. De Oostenrijkers zijn hierbij favoriet.
Snowboarden
Snowboarden kent drie onderdelen. In de halfpipe worden spectaculaire sprongen gemaakt, die worden beoordeeld door een jury. Bij de parallelreuzenslalom zigzaggen twee deelnemers naast elkaar een helling af. Bij de snowboardcross zijn vier deelnemers tegelijk in actie op een bochtig parcours met heuveltjes.
Shorttrack
Shorttracken is vooral bochtjes maken. Op de 111 meter lange baan is de volgende bocht naar links nooit ver weg. Om niet uit de baan te vliegen, gebruiken de deelnemers ijzers met een andere ronding dan bij langebaanschaatsen. Bovendien staan de ijzers niet midden onder de schoenen. Het gaat niet om de tijd, maar om wie als eerste de finish haalt.
Skeleton
Skeleton is een van de minst bekende olympische sporten. Het is vergelijkbaar met ons sleetje rijden, maar dan op je buik, met je hoofd naar voren, en over een bobsleebaan. Remmen en stuur zijn er niet. Het Engelse woord ‘skeleton’ betekent ‘skelet’; dit verwijst naar het geraamte van stalen buizen waaruit de slee is opgebouwd.
IJshockey
IJshockey is in Canada minstens zo populair als voetbal in Nederland. De teams bestaan uit vijf veldspelers plus een keeper; het veld is verdeeld in drie zones. Er wordt gespeeld met een schijf van gevulkaniseerd rubber, die ingevroren is, zodat hij blijft glijden.
